Zuid-Korea bepaalt zijn route voor ESG-rapportage
De meest recente aankondigingen bieden de Koreaanse markt meer dan alleen een nieuwe beleidsupdate. Ze verbinden het toekomstige regime voor verplichte openbaarmaking met een vastgestelde binnenlandse standaard, waardoor de volgende implementatiefase beter te overzien is.

Zuid-Korea heeft binnen twee dagen na elkaar twee onderdelen van zijn kader voor duurzaamheidsrapportage verder uitgewerkt. Op 25 februari 2026 heeft de Financial Services Commission een ontwerp-routekaart voor verplichte ESG-informatieverschaffing gepresenteerd, en op 26 februari 2026 heeft de Korea Sustainability Standards Board (KSSB) de eerste reeks van Korean sustainability disclosure standards goedgekeurd en gepubliceerd. Bedrijven beschikken nu over een ontwerp voor het implementatietraject naast een binnenlands standaardenkader dat is gebaseerd op ISSB-grondslagen.
De onmiddellijke verandering bestaat uit de overgang van een brede beleidsrichting naar een meer uitgewerkt implementatiemodel.
Gebaseerd op definitieve standaarden
De FSC stelt dat de definitieve standaarden voor duurzaamheidsinformatieverschaffing in Korea zijn vastgesteld en presenteert een ontwerp-routekaart voor het institutionaliseren van ESG-informatieverschaffing. De openbare consultatie loopt tot het einde van maart 2026, en de definitieve vaststelling is gepland voor april.
De volgende dag maakte KSSB bekend dat het de eerste reeks standaarden voor duurzaamheidsinformatieverschaffing had goedgekeurd en gepubliceerd. Het pakket omvat KSSB Disclosure Standard No. 1 inzake algemene vereisten, KSSB Disclosure Standard No. 2 inzake klimaatgerelateerde informatieverschaffing, een samenvatting van de belangrijkste inhoud, een momentopname van de eerste reeks en vergelijkingsmateriaal met de blootstellingsontwerpen en IFRS S1 en IFRS S2.
Deze stappen creëren geen onmiddellijke verplichting voor alle beursgenoteerde ondernemingen. Ze leggen echter wel het model vast dat opstellers vanaf nu moeten volgen: een verplicht regime, ondersteund door een definitieve binnenlandse standaard en implementatiemateriaal.
De praktische implicatie is duidelijk: de interne planning kan nu op een stevigere basis worden voortgezet.
Wie treedt als eerste toe, en wanneer
De FSC stelt dat verplichte openbaarmaking zou beginnen in 2028 voor aan KOSPI genoteerde ondernemingen met geconsolideerde activa van KRW 30 biljoen of meer. Ook geeft de FSC een voorbeeld van een uitbreiding van 2029 naar aan KOSPI genoteerde ondernemingen met geconsolideerde activa van KRW 10 biljoen of meer, waarbij over een eventuele verdere uitbreiding zal worden gesproken in het licht van internationale ontwikkelingen en de gereedheid van de markt.
Aan de reikwijdte van de eerste fase zijn verdere voorwaarden verbonden. Alleen in het eerste verslagjaar mogen bepaalde binnenlandse en buitenlandse dochterondernemingen die aan specifieke voorwaarden voldoen, buiten de reikwijdte worden gelaten. De FSC noemt als voorbeeld dochterondernemingen die minder dan 10% van de geconsolideerde activa of omzet vertegenwoordigen.
De emissies van Scope 3 worden afzonderlijk behandeld. De FSC stelt dat de openbaarmaking in beginsel zou beginnen vanaf FY2030, opgenomen in 2031, zodra de infrastructuur voor meting en schatting beschikbaar is. De FSC stelt ook dat kleine ondernemingen die vallen onder de Small and Medium Enterprise Basic Act en die binnen de waardeketen niet actief zijn in sectoren met hoge koolstofemissies, aanvankelijk kunnen worden vrijgesteld van openbaarmaking over Scope 3, waarbij die vrijstelling later opnieuw zal worden beoordeeld.
Ook het openbaarmakingskanaal wordt gefaseerd ingevoerd. De FSC stelt voor dat de rapportage begint via openbaarmaking via de beurs en pas later overgaat naar wettelijke openbaarmaking binnen het kapitaalmarktenstelsel. De jaarlijkse openbaarmaking zou in beginsel rond het einde van maart plaatsvinden, maar informatie over broeikasgasemissies kan later worden ingediend omdat de emissies volgens een ander tijdschema afzonderlijk worden geverifieerd.
Waarom het beleidssignaal nu sterker is
De belangrijkste verandering is het niveau van specificiteit. De FSC spreekt niet langer alleen in algemene termen over toekomstige ESG-rapportage. De FSC heeft een eerste groep ondernemingen geïdentificeerd, een mogelijke tweede fase geschetst, een ander tijdschema voor Scope 3 uiteengezet, een route voorgesteld waarbij de beurs het eerste kanaal is en de toezichtbenadering voor de eerste jaren aangegeven.
De aankondiging plaatst openbaarmaking ook binnen de bredere groene-transitieagenda van Korea. De FSC koppelt ESG-openbaarmaking aan transitiefinanciering voor ondernemingen en aan de 2035 Nationaal Bepaalde Bijdrage van het land. Duurzaamheidsrapportage wordt daarmee gepositioneerd als onderdeel van marktinfrastructuur voor de transitie, en niet als een op zichzelf staande transparantieoefening.
De implicatie is direct: dit heeft nu al gevolgen voor de interne planning.
Wat het raamwerk in de praktijk betekent
De technische structuur volgt het ISSB-model. De FSC vat de definitieve Koreaanse standaard voor duurzaamheidsinformatie samen aan de hand van vier inhoudelijke gebieden: governance, strategie, risicobeheer en maatstaven en doelstellingen. Governance omvat het monitoren, beheren en houden van toezicht op klimaatgerelateerde risico's en kansen. Strategie behandelt de effecten van deze risico's en kansen op de strategie, besluitvorming en financiën. Risicobeheer omvat identificatie, beoordeling, prioritering en monitoring. Maatstaven en doelstellingen omvatten broeikasgasemissies, kwantitatieve informatie over blootgestelde activa of bedrijfsactiviteiten, klimaatgerelateerde doelstellingen, een interne koolstofprijs op facultatieve basis en geselecteerde sectorspecifieke maatstaven.
Voor rapportageteams staat het governance- en proceskanaal centraal. IFRS stelt dat IFRS S1 informatieverschaffing vereist over de governanceprocessen, beheersmaatregelen en procedures die worden gebruikt om duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen te monitoren, te beheren en daarop toezicht te houden, terwijl IFRS S2 die architectuur toepast op klimaatgerelateerde informatieverschaffing. In het Koreaanse raamwerk betekent dit dat ondernemingen processen nodig hebben die toezicht kunnen ondersteunen, strategische en financiële effecten kunnen toelichten en kunnen documenteren hoe klimaatgerelateerde risico's en kansen worden geïdentificeerd en beheerd.
Het data- en beheersingskanaal brengt zijn eigen eisen met zich mee. De afzonderlijke tijdlijn voor Scope 3 laat zien dat de FSC de beschikbaarheid van emissiegegevens als een reële implementatiebeperking beschouwt. Het afzonderlijke indieningsvenster voor broeikasgasgegevens weerspiegelt dezelfde beperking.
Het rapportage- en assurancekanaal wordt gefaseerd ingevoerd in plaats van vanaf het begin volledig verplicht te worden gesteld. De FSC stelt in de beginfase een veiligehavenregeling voor rapportages op basis van prognoses of schattingen voor, zegt dat het toezicht zich aanvankelijk meer op richtsnoeren dan op sancties moet richten en geeft aan dat assurance door derden in eerste instantie vrijwillig zou zijn, waarbij later gefaseerde verplichte assurance kan worden overwogen.
Punten die rapportageteams moeten bijhouden
Het meest directe punt is niet alleen de 2028 startdatum. Het is de combinatie van gefaseerde reikwijdte, uitgestelde Scope 3, indiening via de beurs als eerste kanaal, een safe harbour in de beginfase en vrijwillige assurance, omdat die ontwerpkeuzes bepalen hoe bedrijven hun governance-, gegevens- en rapportagewerk faseren.
De volgende mijlpaal is april 2026. Het consultatiedocument geeft al een sterke indicatie van de richting, maar de definitieve routekaart en de daarmee samenhangende wijzigingen in de regels voor openbaarmaking door beurzen zullen bepalen hoe snel het beleidsmodel een operationele verplichting wordt.
Korea bouwt aan een stelsel dat duidelijk op ISSB gebaseerd is, maar waarvan de timing, reikwijdte en assurance bewust gefaseerd worden ingevoerd. Voor rapportageteams betekent dit dat de aandacht moet verschuiven van het volgen van beleidsdiscussies naar het opbouwen van de governance-, data- en rapportage-infrastructuur die nodig is voor de implementatie.