EBA stelt klimaatmodule voor 2027 bank stresstest voor
Het conceptpakket van de EBA voor de 2027 stresstest vermindert het dataverzoek en voegt een speciale module voor klimaatrisico's toe. Het voorstel koppelt klimaatgerelateerde gegevens directer aan kredietrisico, voorzieningen en waardeverminderingen.

De European Banking Authority heeft haar conceptpakket gepubliceerd voor de 2027 EU-brede stresstest. Dit is de oefening die wordt gebruikt om te testen hoe banken zouden kunnen omgaan met ernstige economische omstandigheden. Voor 2027, stelt de EBA ook een speciale module voor klimaatrisico's voor.
Volgens het ontwerp van het pakket zouden banken beoordelen hoe geselecteerde klimaatsschokken invloed hebben op geselecteerde kredietposities. In eenvoudige termen zouden zij testen of klimaatgeïnduceerde schokken, inclusief beleids- en overstromingsschokken, kunnen leiden tot een toename van wanbetalingen door kredietnemers, kredietverliezen, voorzieningen en waardeverminderingen.
De module is beperkt. Het richt zich op kredietverliezen, voorzieningen en waardeverminderingen voor geselecteerde blootstellingen. Dit betekent niet dat EBA een afzonderlijke klimaatkapitaalvereiste voorstelt.
Wat de EBA heeft gepubliceerd
Op 11 juni 2026 heeft de European Banking Authority (EBA) de conceptmethodologie, sjablonen en sjabloonrichtlijnen voor de 2027 EU-brede stresstest gepubliceerd. Deze documenten leggen uit hoe deelnemende banken de oefening moeten uitvoeren en de rapportagesjablonen moeten invullen.
De stresstest bestrijkt de 2027–2029 periode. Hierbij worden jaarafsluitingscijfers (2026) gebruikt als uitgangspunt. De test omvat de belangrijkste risicogebieden in de banksector, waaronder kredietrisico, marktrisico, netto rente-inkomsten, operationele risico's, niet-rente-inkomsten, kosten en kapitaal. Daarnaast is er een speciale module voor klimaatrisico's toegevoegd.
EBA presenteert de 2027 oefening als eenvoudiger qua data. Tevens zou het een speciale component voor klimaatrisico toevoegen. Vereiste datapunten zijn verminderd met ongeveer 55% vergeleken met de vorige EU-brede stresstest. Datapunten zijn de individuele informatie-eenheden die banken moeten rapporteren. EBA geeft aan dat de vermindering vooral voortkomt uit een groter gebruik van reguliere toezichtrapportages en het wegnemen van overlappen.
Status en toezichthoudend gebruik
De documenten zijn open voor de vroege consultatie tot 7 augustus 2026, dus de methodologie, sjablonen en richtlijnen kunnen nog worden gewijzigd voordat het proces van start gaat.
De stresstest maakt geen gebruik van vaste slaag- of faaldrempels. De resultaten ervan worden gebruikt in de processen van toezicht op de beoordeling en helpen toezichthouders bij het inschatten van de veerkracht van banken.
Voor rapportageteams mag de climate module niet worden beschreven als een afzonderlijke climate capital requirement. De Concept Template Guidance stelt ook dat de climate summary template, CSV_CL_SUM, niet gekoppeld is aan de hoofd winst- en verlies template, CSV_P&L.
Reikwijdte van de Oefening
De 2027 oefening zal 63 banken uit de EU en Noorwegen omvatten. Dit omvat 47 banken uit het eurogebied. De steekproef vertegenwoordigt ongeveer 75% van de EU-bankensector.
De climate module is alleen van toepassing op geselecteerde kredietexposures, zoals leningen waarbij beleids- of overstromingsschokken de kredietnemer of het onderpand kunnen beïnvloeden.
Voor transition risk richt EBA zich op exposures van niet-financiële ondernemingen (NFC's). Deze zijn gegroepeerd naar NACE-sector, dat wil zeggen naar economische activiteit. EBA neemt ook huishoudexposures op die verband houden met woningkoop. Deze zijn gegroepeerd naar de energieprestatie van de onderliggende eigendommen.
Physical risk omvat geselecteerde leningen en voorschotten aan NFC's. Dit omvat commercieel vastgoed en andere leningen. Het omvat ook residential real-estate-collateralised exposures die blootgesteld zijn aan rivieroverstromingsrisico. De analyse is gestructureerd per EER-land en categorieën overstromingsintensiteit.
Werking van de Climate Module
De module splitst klimaatrisico's in transition risk en physical risk.
Transition risk betreft de overgang naar een koolstofarme economie. In het conceptpakket zouden banken de exposures aan niet-financiële ondernemingen beoordelen per materiële NACE-sectoren en huishoudelijke woningkoop-exposures per energieprestatie van de onderliggende eigendommen.
Transition risk wordt beoordeeld over de driejarige stresstestperiode, terwijl de fysieke overstromingsschok in het eerste jaar van het ongunstige scenario wordt toegepast.
Physical risk concentreert zich op het rivieroverstromingsrisico. Banken zouden relevante exposures classificeren op basis van overstromingsrisicocategorie en, waar nodig, onderpandlocaties koppelen aan overstromingsdieptewaarden in de JRC-risicokaart. Vervolgens gebruiken zij schadefuncties om aanvullende vastgoedprijs-shocks te ramen in het eerste jaar van het ongunstige scenario.
De module volgt de statische balans-sheet aanname die gebruikt wordt in de bredere EU-brede stresstest. Dit betekent dat banken geen veranderingen in hun businessmodel veronderstellen tijdens de test. Voor klimaatrisico mogen ze ook geen energie-efficiëntie renovaties, herstel van beschadigde eigendommen of beheersmaatregelen om klimaatgeassocieerde verliezen te verminderen veronderstellen, tenzij het algemene kader dit toelaat.
Praktische betekenis voor rapportageteams
Voor duurzaamheid- en niet-financiële rapportageteams is de kwestie niet een nieuw openbaarmakingsformat. Het gaat erom of klimaatgeassocieerde gegevens een toezichthoudend stresstestproces kunnen ondersteunen.
Het eigenaarschap moet duidelijk zijn. De module omvat duurzaamheid, kredietrisico, financiën, regelgevende verslaglegging en datateams. Organisaties moeten beslissen wie verantwoordelijk is voor sector mapping, gegevens over energieprestaties van eigendommen, locatiegegevens van onderpand, modelveronderstellingen en het invullen van sjablonen.
Bewijs moet traceerbaar zijn. Transitie-risico hangt af van sectorgegevens en informatie over energieprestaties van onroerend goed. Waar daadwerkelijke energieprestatiegegevens niet beschikbaar zijn, staat de richtlijn van het sjabloon redelijke en goed onderbouwde proxy’s toe. Als noch daadwerkelijke gegevens noch betrouwbare proxy’s beschikbaar zijn, gebruiken banken een aparte categorie ‘geen energieprestatiegegevens beschikbaar’.
Fysiek risico vereist locatiegebaseerde analyse van onderpandactiva. Algemene land- of sectorbeschrijvingen zijn niet voldoende wanneer het sjabloon informatie op activaniveau vereist.
Beheersmaatregelen moeten vroeg worden overwogen. De methodologie van de EBA staat banken toe om interne benaderingen te gebruiken waar relevant, maar veronderstellingen en methoden moeten gedocumenteerd zijn. Toezichthouders zullen de ingediende gegevens en resultaten beoordelen.
Teams moeten beginnen met de reikwijdte. Ze moeten weten of de bank in de EBA-steekproef zit, welke klimaat-sjablonen van toepassing zijn, welke velden invoer vanuit de bank vereisen en welke outputs kunnen worden gepubliceerd. De taal van externe verslaglegging moet aansluiten bij de opzet van de oefening.
Waar op te letten volgende stappen
Verslagleggingsteams moeten de definitieve methodologie en eventuele wijzigingen in de specifieke klimaat-sjablonen bijhouden. Zij moeten ook controleren hoe de klimaatmodule-resultaten worden weerspiegeld in de gepubliceerde stresstest-uitkomsten.
De praktische vraag is of klimaatgerelateerde gegevens die voor rapportage worden gebruikt, te herleiden zijn tot de classificaties, veronderstellingen en sjablooninvoer die voor de stresstest vereist zijn.